Commentaar op ‘Beschermt Nederland de natuur kapot’ in De Correspondent

'Het is juist het beleid op andere terreinen dat de natuur schaadt. Deze tendens zie ik meer op De Correspondent en in eerdere stukken van jou, Thomas. Ik denk dat vooral inspeelt op de emotie en afdoet aan de feitelijkheid. Schijnbaar trekken dit soort paradoxale titels aandacht’ - Martijn Broekhof, econoom

Wie kent niet De Correspondent, het idealistische journalistieke platform? Na de oprichting, in 2013, ben ik er meteen enthousiast lid van geworden. Het is onafhankelijk en zoekt de achtergronden. De artikelen zijn diepgravend. Grote maatschappelijke problemen, op de meest uiteenlopende gebieden, worden niet geschuwd, in tegendeel. Dat is dapper, maar daarbij schiet De Correspondent soms wel flink uit de bocht. Zo ook in een artikel van de hand van Thomas Oudman met als kop ‘Nederland beschermt de natuur kapot’.

Door Dr. Frits van Beusekom

Sinds enige tijd heeft de redactie van De Correspondent ‘de natuur’ in het vizier. Een onderwerp dat veel uitgesproken meningen oplevert, maar ingewikkelder is dan menigeen denkt. Niet gehinderd door kennis van zaken mengt nu ook De Correspondent zich in het meningencircus. In zijn op 18 januari gepubliceerde beschouwing lanceert Thomas Oudman de opmerkelijke stelling dat juist het beleid van de Nederlandse overheid dat de natuur zou moeten beschermen, schadelijk is voor de natuur. Dat zou volgens Oudman naar voren komen uit allerhande wetenschappelijk onderzoek.

‘Dat zit zo’, schrijft Oudman, ‘Nederland investeert zijn geld voor natuurbeleid al enkele decennia voornamelijk in de zogenoemde Natura 2000-gebieden – beschermde gebieden waar de natuur prioriteit heeft. Stukjes natuur die als het ware ‘apart’ gezet zijn en afgeschermd worden. De minimale Europese eis – het afkaderen van geschikt leefgebied voor een lijst bedreigde dier- en plantensoorten, is voor Nederland het hoofddoel geworden. Een hek om beschermde gebieden met toegewezen natuur en daarbuiten je gang gaan, dat is niet hoe natuurlijke ecosystemen op lange termijn floreren’. En dan komt de onvermijdelijke dierentuin op de proppen, ‘natuurgebieden als veredelde dierentuin voor uitstervende planten en dieren, als reddingsboei’.

Verwarring
Het moet gezegd worden, Oudman schrijft vlot, maar zijn beschouwing is weinig consistent, ontbeert zuiverheid en miskent de feiten. In plaats van duidelijkheid, schept hij verwarring. Vandaar ook een stortvloed aan reacties. Ik pik er één uit. Martijn Broekhof, econoom, schrijft: ‘Jammer dat het stuk – m.n. de titel – suggereert dat het natuurbeschermingsbeleid zelf schadelijk zou zijn. Dat is natuurlijk niet het geval. Het is juist het beleid op andere terreinen dat de natuur schaadt. Deze tendens zie ik meer op De Correspondent en in eerdere stukken van jou, Thomas. Ik denk dat vooral inspeelt op de emotie en afdoet aan de feitelijkheid. Schijnbaar trekken dit soort paradoxale titels aandacht’.
Zo is het maar net.

Oudman onderkent overigens dat de natuur in eerste instantie in de problemen komt door het primair economisch gedreven overheidsbeleid, maar vindt het ‘onlogisch en onnodig duur’ dat ter compensatie van de schade ‘bakken met geld’ wordt uitgegeven aan ‘het herstellen van de ergste effecten daarvan’.
De realiteit gaat Oudman de pet te boven. Hij geeft de natuurbescherming een trap na, de machteloze natuurbescherming, opgesloten binnen het keurslijf van de landbouw en andere belangen, krijgt de schuld omdat het resultaat teleurstelt.

Professor Raoul Beunen, bij uitstek thuis op dit glibberige terrein, is er duidelijk over: ‘Zolang we geld aan twee kanten van het probleem blijven uitgeven, is er weinig garantie op succes’. Dat is precies de kern van het huidige beleid, al tientallen jaren. Subsidiëren van schadelijke vormen van productie en tegelijk subsidiëren van de ontoereikende bestrijding van de onvermijdelijke neveneffecten: pappen en nathouden. Het kost steeds meer geld en het lost niets op. De problemen worden alleen maar groter.

Bedrijventerreinen
Zeker, het is een beleid van pappen en nathouden, maar waar wil Oudman heen? Hij zegt eigenlijk: het overheidsbeleid is dweilen met de kraan open. We kunnen er maar beter mee stoppen, de handdoek in de ring werpen.
De hekken rond de beschermde natuur weghalen? De grote slopers en vervuilers zouden niets liever willen! Als de bescherming vervalt, verdwijnt onze laatste natuur in rap tempo onder woonwijken, bedrijventerreinen en asfalt. Sterker, als er geen dwingende Europese regelgeving was geweest, was dat ook al lang gebeurd, zo niet in het tijdperk Balkenende, dan toch zeker onder Rutte 1, 2 en 3.

Het is onzinnig om te beweren dat het natuurbeleid de natuur schaadt. Dat het natuurwetgeving de economie zou schaden, heeft men ons al oeverloos aan proberen te praten. Steeds weer worden grenzen overschreden ten koste van de natuur. Klaagde het bedrijfsleven niet uit den treuren over het ‘op slot gaan’ van ons land door ‘al die beschermde natuur’ en niet te vergeten de ‘blokkeerdieren’? Zou De Correspondent echt niet snappen hoe kwalijk het is om het natuurbeleid te verwijten slecht te zijn voor de natuur en dat men het altijd gretige bedrijfsleven in de kaart speelt?

Van enig gevoel van urgentie is bij Thomas Oudman overigens geen sprake. De grote broek die hij bij het bedenken van de kop boven zijn beschouwing aantrok, is aan het slot afgezakt tot op zijn enkels. Voor een oplossing van de gesignaleerde problemen neemt hij alle tijd: ‘Tijd dus voor het democratiseren van ons natuurbeleid. Wat is de betekenis van natuur, en wat willen we ervan? Geen vragen die burgers en beleidsmakers kunnen uitbesteden aan een strijd tussen belangenpartijen. Het gaat over niets minder dan het vaststellen van de fundamentele waarden waarop onze samenleving groeit. Letterlijk’.

Mooi gezegd, dat wel, maar als we daarop moeten wachten heeft de laatste Nederlandse natuur al lang het loodje gelegd. Met dank aan de stukjesschrijver en zijn Correspondent.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.