Boekrecensie ‘Kerken van goud, dominees van hout’

‘Zijn analyse van de topstructuur van de natuurbescherming en de vele apparatsjiks daaronder klopt voor honderd procent’ #kerkenvangoud #robbijlsma

Het spraakmakende ‘Kerken van goud, dominees van hout’ ofwel ‘Over de verwording van de Nederlandse natuurbescherming’, van Rob Bijlsma ligt al weer enkele maanden in de boekwinkel. Terwijl Bijlsma’s bevindingen en vaak rake typeringen enige tijd veelvuldig rondgingen op sociale media, lijkt de toch stevige kritiek op de in het boek aan de kaak gestelde verzakelijkte cultuur bij de gevestigde natuurorganisaties zonder veel gevolgen te blijven. Het is in de natuurbescherming weer ‘business as usual’. Tijd voor een nadere  analyse.

In het bij uitgeverij Atlas Contact verschenen boek gaat Rob Bijlsma er met gestrekt been in. Ik citeer: 
De huidige natuurbeschermer is steeds vaker een negen-tot-vijf’er, gestoken in met bedrijfslogo’s behangen merkkleding, werkzaam bij clubs waarvan de leiding in handen is van marketeers, managers en polderaars. Die clubs zijn druk doende de moeizaam bijeengesprokkelde natuurgebieden te verkwanselen aan de meest biedende, of te laten vernielen om er andere natuur van te maken. Die andere natuur is niet alleen betere natuur, maar ook veel geschikter voor mensen om zich uit te leven. Want één ding is zeker: van alle diersoorten staat de mens er het slechtst voor, dus geen moeite te veel om het die ene primaat naar de zin te maken.’

Groen nutsbedrijf
Mikpunt is de huidige professionele natuurbescherming en dan vooral de leiding daarvan. Deze wordt genadeloos neergesabeld, met vlotte pen en vaak hilarisch. Dat lukt Bijlsma al een heel eind door de heren directeuren zelf aan het woord te laten:
‘Dat het tegenwoordig in de natuurwereld om ondernemers gaat die een bedrijf runnen maken ze zelf – in volle ernst en zich terdege bewust van hun belangrijke taak – duidelijk in de interviews die ze geven. Dat vergt, zoals ze zelf zeggen, leiders die in meervoud denken, corporate managers en harde verandermanagers, marketing, social business, klantgericht denken… Zo ziet de directeur van Staatsbosbeheer zijn nieuwe speeltje als een ‘groen nutsbedrijf’ voor alle Nederlanders, dat waardevol erfgoed als schatkist voor activiteiten en evenementen gebruikt, onder toepassing van de drie P’s (People, Planet, Profit) en de drie B’s (Bescherming, Beleving, Benutting). 
Kunnen strooien met alliteraties op Suske en Wiske-niveau kenmerkt de ware topman.’

Verdienmodellen
Bijlsma vervolgt: ‘Een andere directeur, tevens marketeer, doet hier niet voor onder. Die vindt dat Natuurmonumenten uphill battles beter kan vermijden en dat opportunisme juist goed is. Hij registreert kantelpunten en ontdekt verdienmodellen aan de natuur, bijvoorbeeld als grote moneymaker voor de recreatieve sector. De hunkering naar geld maakt hem tot groot voorstander van beleggingsconstructies, obligaties, aandelen en mede-eigenaarschap van natuur via coöperaties.’

In deze trant heeft Rob Bijlsma een boekwerk van ruim 300 bladzijden bij elkaar geschreven. Daarbij slaat hij nogal eens doodlopende zijpaden in, maar de grote lijn is duidelijk: De georganiseerde natuurbescherming bevindt zich op een heilloze weg. Ze heeft zich uitgeleverd aan het geld en de leiding toevertrouwd aan inwisselbare directeuren en besturen, die natuurliefde veinzen, de vereiste kennis missen, hun kostbare terreinen uitleveren aan de massa en slechts sturen op cijfers en groei, ondersteund door een leger van voorlichters die het publiek bespelen met voorgebakken praatjes en holle slogans. Daarbij hoort een autoritaire bedrijfscultuur, gekenmerkt door bureaucratie, incompetentie, hypocrisie en geborneerdheid, gepaard aan een totale ontoegankelijkheid voor iedere vorm van kritiek.

Beetje over the top
Bijlsma draaft behoorlijk door. Dat doet hij ongetwijfeld bewust en zeker ook om te provoceren. Het risico daarvan is dat hij zijn doelwit, altijd volslagen immuun voor welke kritiek dan ook, een gemakkelijke uitweg biedt; grappige vent, die Bijlsma, beetje over de top, die hoef je niet serieus te nemen. Mogelijk zullen ook veel lezers het boek, geamuseerd dan wel geërgerd, hoofdschuddend terzijde leggen. Dat zou jammer zijn, want ik kan u verzekeren – en ik ken het wereldje van binnen en van buiten, langer zelfs dan Bijlsma – zijn analyse van de topstructuur van de natuurbescherming en de vele apparatsjiks daaronder klopt voor honderd procent. Ook de megalomane verwoestingen en mislukkingen die in veel terreinen worden aangericht vallen niet te ontkennen.

Maar het inktzwarte beeld dat hij schetst van de prestaties in het natuurbeheer gaat toch te ver. Daar wreekt zich dat zijn kennis overwegend ornithologisch is en zich grotendeels beperkt tot de bossen en heiden in zijn werkgebied Drenthe. Zijn slechte ervaringen aldaar extrapoleert hij te gemakkelijk naar het totale natuurbeheer in ons land, en het bijzonder naar de resultaten van natuurherstel en natuurontwikkeling.

Hoop
Ondanks fouten en missers valt het toch niet te loochenen dat daarin fenomenale resultaten zijn en worden geboekt, op kleine en op grotere schaal. Ik spreek dan over de plantengroei in laagveengebieden, de Hollandse en Zeeuwse duinen, kwelgebieden en sommige beekdalen op de zandgronden, maar ook over de vogels van kust en moeras. Zeker, die successen zijn zelden of nooit gepresteerd door de snoevende directeuren van de organisaties. Ze zijn in alle gevallen te danken aan de kennis en inzet van talloze gedreven mensen binnen en buiten die organisaties, professionals en amateurs. En daar vinden wij elkaar dan weer. Want die mensen zijn niet anders geaard dan de pioniers uit het verleden die Bijlsma terecht op een voetstuk plaatst en aan wie wij de natuur die behouden is gebleven grotendeels te danken hebben. Hun aantal is nu vele malen groter dan toen. Ook hun professionaliteit is groter, want de kennis van ecosystemen is sindsdien enorm toegenomen. En net zoals vroeger worden ze ook nu nog vaak tegengewerkt, ook binnen hun eigen organisatie. Maar ze laten zich niet gemakkelijk uit het veld slaan. En dat geeft hoop.

Er is een merkwaardige paradox. Vroeger werkten alle belangen in de samenleving de natuurbeschermers tegen, dat waren immers dromers en fanatici die de vooruitgang wilden tegenhouden. Tegenwoordig is natuur maatschappelijke topprioriteit, een ‘product’ waar veel geld in omgaat en veel geld aan valt te verdienen, maar desondanks een weerloze melkkoe, in de houdgreep van opportunistische carrièrejagers en commerciële belangen. Als dat niet verandert, ziet het er slecht uit. Dat ziet Bijlsma ook en hij stelt voor terug te gaan naar de jaren vijftig, de bezem door de Augiasstal! Leuk bedacht, maar minieme kans van slagen, dat ziet hij ook wel.

Frits van Beusekom

*De bovenstaande tekst is een samenvatting van de recensie. Klik voor de volledige tekst op de knop hieronder.

1 reactie op “Boekrecensie ‘Kerken van goud, dominees van hout’”

  1. HELE GOEIE recensie, goed om te lezen. Hoor je het eens van een ingewijde, een heuse oud-directeur van het Staatsbosbeheer. Als leek had ik bij lezing van dit zeer aanstekelijke en uitdagende geschreven boek niettemin dezelfde ervaring. Een opluchting dat iemand het eens allemaal opschreef!

    Niet alleen deel ik Beusekoms bijval ten aanzien van de volkomen terechte tirade die Bijlsma pagina’s lang uitstort over het hedendaagse uitbaten van de natuur, door van de natuurbescherming vervreemde managers, alles ten behoeve van een uitdijende recreatie- en evenementensector, eveneens deel ik zijn kritiek op Bijlsma’ helaas ietwat gemankeerde visie op het natuurbeheer.

    Wat Rob Bijlsma daarover beweert, over de zeer invasieve Amerikaanse vogelkers die volgens het Biodiversiteitsverdrag ‘indien passend en mogelijk’ moet worden bestreden, spreekt mij persoonlijk aan als natuurwerker, die twintig jaar in de weer is de prunus bij Haarlem uit te roeien -wat langzaam aan lukt. Ik moet trouwens niks hebben van het spontanisme, zoals ik die natuurvisie noem en waarvan Bijlsma een getrouw adept is, zelfs de horrorplant Japanse duizendpoot neemt hij gezellig op schoot, wat wel erg bijzonder mag heten. De Partij van de Dieren barst van de spontanisten, maar die louter uit opportunisme; zo krijgen zij de per definitie overbodig geworden jager weg uit het veld.
    Spontane natuur leidt tot vervlakking, tot exotenplantages, tot MacDonaldisering. Of tot een overbegraasde ‘Serengeti’, zoals in het momenteel slechtst beheerde natuurgebied van Nederland, de Amsterdamse waterleidingduinen, volop wordt bewezen.

    Maar in tegenstelling tot de verloedering van de biodiversiteit tengevolge een exotenplaag -die soms nog is goed te maken, zie dezelfde AWD waar de prunus mede door een andere plaag, die van de Damherten, als sneeuw voor de zon verdween: compleet weggevreten- is een voortgaande versplintering van de natuur door hordes recreanten haast niet meer ongedaan te maken.
    Zullen de hordes wijken, mocht er ooit nog eens een cohort van ware natuurliefhebbers aantreden, dat de ordinaire patsers van het commerciële managersdom vervangt? Herstellen van aaneengesloten natuur, waar de rust weer kan terugkeren, hoe reëel is die kans nog in te schatten?

    Het moet een goddelijke inblazing zijn geweest, dat een kluizenaar met een welige witte baard waarin de insecten zich opperbest vermaken, die zich schuilhoudt in een plaggenhut in het afgelegen gewest Drhente, in bijkans thans reeds oudtestamentisch op te vatten woorden het falen van de postmoderne natuurbescherming zo treffend in het hart weet te raken. Een profeet koestert vreemde gewoonte, daarom is het geen wonder dat hij de Japanse duizendpoot en de Amerikaanse vogelkers als huisplanten elke dag water geeft. Elk genie heeft zijn gebrek.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *